|
|
|||
|
|
Neerslag Een onderdeel van de watercyclus is neerslag. Je kan zelfs zeggen dat het een belangrijk onderdeel van de watercyclus is. Neerslag is in dit geval nog wel een ruim begrip. Behalve regen zijn er nog 7 andere vormen van neerslag Regen: bestaat uit grote en kleine druppels [ spatten] Motregen: druppels zijn kleiner dan 0.5 mm waardoor die nauwelijks vallen, maar wel worden onderschept door takken en bladeren Mist en rijp: Rijp is bevroren mist die vooral van belang is in bosgebieden waar, volgens Duitse onderzoekers, 30% tot 40% van de jaarsom van neerslag kan uitmaken Dauw: Dauw is condensatie van water aan het aardoppervlakte cq plantendek. Dauw wordt in het geheel niet gemeten. Dit omdat de hoeveelheid die s’nachts condenseert de volgende morgen gelijk weer verdamp. Dauw is wel belangrijk voor de planten, maar dus niet voor de hydrologische kringloop. Condensatie in de bodem: Dit treed slechts tot op enkele centimeter onder het maaiveld op en verdwijnt in de eerste ochtendgloren. Condensatie in de bodem is voor de waterafvoer dus onbelangrijk Condensatie op ijs: De lucht iets boven het ijs word afgekoeld door het ijs, waardoor de waterdamp in die lucht gaan condenseren.Sneeuw: Sneeuw bestaat uit conglomeraten van uiterst fijne ijskristallen met een volume gewicht van minder van 5kg/m3 Hagel: bestaat uit ijsblokken met afmetingen van fijn tot grof grind Neerslag is niet alleen belangrijk voor de watercyclus, maar ook voor mensen en dieren. Neerslag is namelijk een klimaatsbepalende factor. Het klimaat wordt in hoofdzaak bepaald door een samenspel van klimatologische factoren waarvan dus neerslag en verdamping het belangrijkste zijn. Vegetatie en bodemgesteldheid spelen een secundaire rol. In de wereld kunnen we 3 soorten klimaat gordels onderscheiden namelijk: Aride klimaat: Zeer droge gebieden met onvoldoende neerslag voor een normale oogst. Soms worden gebieden als een aride gebied gedefinieerd als er jaarlijks neerslag minder is dan 250mm per jaar.Aride klimaten heersen in woestijngebieden Semi-aride klimaat: droge gebieden met slechts voldoende neerslag voor gewassen met een kortste groeitijd. Denk bijvoorbeeld aan steppe Humide klimaat: Vochtige gebieden, zoals in Nederland Neerslag bepaald dus voor een dele wat voor gebied er kan ontstaan. Als je aan de watercyclus werkt, wil je graag weten hoeveel neerslag er valt in een gebied. De vraag is natuurlijk hoe je dat kan meten. Daar zijn verschillende methode voor. Laten we beginnen met het meten van de neerslag zelf. Dus hoeveel regen er valt. Een andere rede waarom deze gemeten moet worden, is omdat de neerslag niet achteraf te berekenen is zoals dat wel kan bij verdamping. We willen nu dus graag weten hoeveel neerslag er valt. Omdat te weten te komen moeten we een regen meter gebruiken. Je kan twee verschillende groepen regenmeters onder namelijk de normale niet registerende en de registerende regenmeters. Bij de niet registrerende regenmeters moet er eenmaal per dag om bijvoorbeeld 7 of 8 uur in de ochtend de opgevangen hoeveel neerslag uitgegoten in een maatglas en gemeten. Een nadeel van deze methode is dat je niet weet wanneer de regen is gevallen en met welke intensiteit. Van dit soort regenmeters zijn er verschillende uitvoeringen
|
||