|
|
|||
|
|
- Normale Nederlandse regenmeter Ronde ontvangende oppervlak van ongeveer 2 dm^2. In veel landen is die diameter vastgelegd. Deze regenmeter staat ook op een bepaalde hoogte. Dit om opspattend water te voorkomen. In Nederland staat die 40 cm hoog. De opgevangen hoeveelheid neerslag is kleiner naarmate de hoogte groter is. Op 0 meter hoogte wordt 100% opgevangen. Op 0.4 m 93%-97% - Grondregenmeter deze opstelling vereist veel zorg. De ruige mat voorkomt inspatten. Het stalen rooster zorgt er voor dat er geen planten kunnen groeien in de regenmeter zelf - Regenmeter met scherm De hoogte van deze regenmeter is een meter. De oppervlakte is 127 cm^2 en de diamater is 12.5 cm. De regenmeter is voorzien van een scherm van hangende aluminium lamellen, een zogenaamd alterscherm, om verstoringen door wind te verminderen. Deze regenmeter is door de wereld meteorologische organisatie (WMO) als internationaal standaard aangewezen. Waarnemingen indiceren dat de regenontvangst gemiddeld 4% lager ligt dan van een grondregenmeter - Totalisator of standpijp met een totalisator wordt de hoeveelheid neerslag over een lange periode gemeten. Het reservoir bestaat daarvoor uit een lange verticale buis. Door de toepassing van een oliefilter op het water wordt de verdamping voorkomen. In de voorkomende gevallen kan bevriezing van het water in het reservoir worden voorkomen met behulp van zout. Deze regenmeters worden voornamelijk gebruikt op plekken die zeer moeilijk te bereiken zijn. - Geïmproviseerde regenmeters Omdat niet iedereen toegang heeft tot echte regenmeters wordt ook wel gebruik gemaakt van bijvoorbeeld olievaten os conservenblikken. Ook wordt deze methode gebruikt om een regenbui te bestuderen waarvoor het net van normale regenmeters te fijnmazig is. - Radar De methode is gebaseerd op de absorptie en reflectie van elektromagnetische golven door de regendruppels in de atmosfeer. De mate van reflectie geeft een orde van grootte aan over de hoeveelheid water in de lucht. Door deze gegevens te koppelen met de regenmeters op de grond, is een nog betere benadering van gebiedsneerslag mogelijk. Maar deze regenmeters zeggen niks over de intensiteit. Alleen maar iets over hoeveel regen er gevallen is. Om de intensiteit te meten hebben we registrerende regenmeters nodig ook we pluviografen genoemd. Deze instrumenten meten continu of met een korte interval. - Regenmeter met kantelbakje. Het bakje is verdeeld in twee gelijk helften, zodanig dat er steeds een kan vollopen. Als de ene helft vol is kantelt het bakje en komt de andere helft in de opvangpositie. Elke kanteling correspondeert met een vaste hoeveelheid neerslag van bijvoorbeeld 1 mm. Elke kanteling wordt geregisterd. En zodoende kun je de intensiteit meten - Regenmeter met vlotter de stand van de vlotter wordt geregistreerd. Als het reservoir vol is, treed de sifon in werking en wordt bijvoorbeeld 10 mm afgevoerd. Omdat we de stand weten van de vlotter op een bepaalde tijdstippen kunnen we ook berekenen wat de intensiteit is - Regenmeter met weegbaar reservoir. Het principe is gelijk aan die de regenmeter met kantelbakje. Maar nu wordt niet de stand van de plotter gemeten, maar het gewicht van het reservoir.
|
||