De Oesterdam | Deltawerken

De Oesterdam

De Oesterdam is een secundaire afsluitingsdam tussen Tholen en Zuid-Beveland ter afsluiting van het oostelijk gedeelte van de Oosterschelde. Deze dam is met zijn elf kilometer de langste dam van de Deltawerken. Hij maakt, samen met de Philipsdam en de Markiezaatskade, onderdeel uit van de Compartimenteringswerken.
De Oesterdam regelt de scheiding tussen een zout en zoet gedeelte in de Oosterschelde. Dit is belangrijk voor de zoetwaterhuishouding in Zeel

and en Brabant. De Oesterdam ontstond door de aanleg van het werkeiland voor de bouw van de Bergse Diepsluis, de aanleg van het damvak Zuid vanaf de westzijde van de Kreekraksluizen, de damvakken Speelmansplaten 1 en 2 en de sluiting van de sluitgaten Marollegat en Tholense Gat.

Begonnen werd met de aanleg van het werkeiland voor de bouw van de Bergse Diepsluis vlak voor de zuidkust van Tholen. Op 10 april 1979 vond de aanbesteding plaats en op 1 juli 1980 werd het werkeiland opgeleverd. Vervolgens kon het damvak Zuid worden aangelegd. Dit is een 3,25 kilometer lang damvak vanaf de westzijde van de Kreekraksluizen. De aanleg werd op 10 juni 1980 aanbesteed en op 30 juni 1982 opgeleverd. In het midden van de Oesterdam kwam een damvak over de Speelmansplaten, bestaande uit een damvak Speelmansplaten 1 (4,15 km) aan de zuidzijde van het werkeiland en het damvak Speelmansplaten 2 (1,25 km). In juni 1984 werd met dit werk begonnen, in juli 1985 werd het damvak 1 opgeleverd, in mei 1986 deel 2. Tussen de damvakken Zuid en Speelmansplaten 2 bleef een ruim één kilometer lang sluitgat over. Dit sluitgat, het Marollegat, werd op 6 juni 1985 gesloten. Maar ze waren er nog niet; want nu was alleen het Tholense Gat nog open, een sluitgat tussen het werkeiland Bergse Diepsluis en de kust van Tholen. Dit sluitgat werd gesloten op 23 oktober 1986. De opening van de dam [ eigenlijk de opening van de weg ] vond plaats op 6 november 1989 door Commissaris der Koningin dr. C. Boertien

Terug