Oosterschelde | Deltawerken

Het grootste, moeilijkste en duurste onderdeel van de Deltawerken was de Stormvloedkering Oosterschelde. Deze deels doorlaatbare afsluiting van de Oosterschelde wordt ook wel gezien als het ‘achtste wereldwonder’. De kering werd gebouwd tussen 1976 en 1986.

Er waren eerst andere plannen, want het was eigelijk de bedoeling de Oosterschelde met een vaste dam af te sluiten. In april 1967 startte hiervoor de eerste werkzaamheden. De werkhavens Schelphoek (Schouwen-Duiveland) en Sophia (Noord-Beveland) en de werkeilanden Roggenplaat (1969), Neeltje Jans (1970) en Noordland (1971) kwamen gereed. Na de aanleg van verbindingsdammen tussen de werkeilanden en de damaanzetten was aan het eind van 1973 in totaal vijf van de negen kilometer brede Oosterschelde afgesloten. Er bleven drie sluitgaten over: Hammen, Schaar van Roggenplaat en Roompot. Deze zouden met behulp van kabelbanen gesloten worden. De twaalf draagtorens hiervoor werden vanaf 1972 geplaatst.

Waarom zijn de plannen veranderd?? Aanleiding waren de protesten tegen een volledige afsluiting onder het motto “Oosterschelde Open”. In afwachting van een definitief regeringsbesluit werden alle voorbereidende werkzaamheden in juli 1974 opgeschort. Een roerige periode, waarin de Oosterschelde hoog op de politieke agenda stond. De besluitvorming duurde lang. Dat de kwestie moeilijk lag bleek uit de benoeming van een speciale commissie; de Commissie Oosterschelde, die advies moest uitbrengen over ‘open’ of ‘dicht’.
Uiteindelijk besloot de regering geen vaste dam maar een stormvloedkering met schuiven te bouwen. Direct gevolg van deze beslissing was dat in de winter 1976-1977 de draagtorens voor de geplande kabelbaan werden verwijderd.

De nieuw bedachte plannen voor de stormvloedkering bestonden uit grote betonnen pijlers, die op de bodem van de Oosterschelde rusten. Tussen de pijlers hangen schuiven die de kering bij stormvloed kunnen afsluiten. Over de kering ligt een weg die uit verschillende betonnen elementen bestaat.

De bouw start in 1978 vanaf het werkeiland Neeltje Jans dat vanaf Schouwen-Duiveland bereikbaar is met 2780 meter lange hulpbrug. Daarna volgt de aanleg van bouwdokken voor de bouw van de pijlers. In april 1979 start de bouw van de pijlers, in juli 1981 werd opdracht gegeven tot fabricage van de schuiven.

Ook hier waren er problemen want de zware pijlers vereisten een stevige ondergrond. Om de draagkracht te vergroten werd het zand tot 15 meter diep verdicht. Het hiervoor speciaal ontwikkelde verdichtingsvaartuig Mytilus stak lange naalden in de bodem en trilde hiermee, zodat de zandkorrels dichter tegen elkaar kwamen te zitten. Van begin 1980 tot eind 1982 was men hiermee bezig.
Nadat de bodem verdicht was moest deze verder verstevigd en vlak gemaakt worden. Hiervoor maakte een speciale fabriek op Neeltje Jans matten van kunststof, gevuld met diverse soorten grind. De funderingsmatten werden gelegd door de mattenleggers Cardium en Dos 1. Vervolgens vulde de steen- en asfaltstorter Jan Heijmans de voegen met verschillende soorten steen. De matten werden tussen november 1982 en juni 1984 gelegd.

Nadat het tapijt van matten gereed was konden de pijlers geplaatst worden. Voor de bouw van de pijlers werden drie grote, 15 meter diepe bouwdokken aangelegd. In april 1979 begon de bouw van de pijlers in de bouwdokken. In de loop van 1983 kwamen de eerste pijlers gereed. De bouwdokken kwamen één voor één onder water te staan zodat het hefschip Ostrea de pijlers kon oplichten en naar hun definitieve plaats kon brengen. In augustus 1983 werd de eerste pijler geplaatst. In totaal werden 65 pijlers geplaatst, 16 in het noordelijke sluitgat Hammen, 17 in het middelste sluitgat Schaar en 32 in het zuidelijke sluitgat Roompot. De 66e pijler, de reservepijler, hoefde niet gebruikt te worden.

Door de pijlers te verbinden met allerlei voorgefabriceerde elementen ontstond pas een echte kering. Het belangrijkste onderdeel waren de schuiven die bij hoge waterstand gesloten kunnen worden. De schuiven bestaan uit grote buizenconstructies. Op 29 augustus 1984 plaatste de drijvende bok Taklift 4 de eerste schuif, op 26 juni 1986 werd de laatste geplaatst. In 1987 kregen de schuiven zelfs de ‘Europese staalprijs’.

Eindelijk is het dan zo ver: Koningin Beatrix stelde op 4 oktober 1986 de Stormvloedkering Oosterschelde officieel in gebruik. Geflankeerd door toenmalig Minister van Verkeer en Waterstaat Kroes en directeur-generaal van Rijkswaterstaat ir. J. van Dixhoorn sprak zij de historische woorden ‘De stormvloedkering is gesloten’. De Deltawerken zijn voltooid. Zeeland is veilig’. Op 1 januari 1987 droeg de Deltadienst de kering over aan Rijkswaterstaat Directie Zeeland. De weg over de kering liet nog even op zich wachten. Op 5 november 1987 kon Prinses Juliana deze voor het rijverkeer openstellen. Pas in juli 1988 waren de laatste werkzaamheden aan de kering ten einde.

 

Terug naar hoofdmenu