Het Hele Verhaal | Watersnoodramp 1953

Het weerbericht van 31 januari luid als volgt: Zaterdagmorgen; Een harde westenwind Zaterdagmiddag; Westerstorm Maar het is [ volgens vele ] een storm zoals alle andere voorgaande stormen en dit geeft geen reden voor paniek en daar komt nog eens bij dat de dijken nog in 1906 verhoogt en verzwaard zijn en dus veilig De hoofddirectie van Rijkswaterstaat maakt zich echter wel grote zorgen en stuurt berichten met de meldingen van flink tot gevaarlijk hoog water tijdens de vloed van komende nacht. De zware orkaan die vrijdag in Schotland veel schade veroorzaakte draait op de Noordzee naar N.N.W en komt dus over zee recht op de kust af Het wordt een zware maar vooral langdurige storm met windstoten van wel 200 km per uur. Wat er in theorie maar eens in de 300 jaar gebeurd, gebeurd, want tijdens de storm is het springvloed. De waterstand loopt op tot 3 meter boven het N.A.P. Doordat de zware storm aanhoudt is er geen eb en blijft het water tegen de dijken aanbeuken en dan gebeurd er waar de bewoners achter de dijken bang voor zijn: De noodklokken luiden en de sirenes loeien ”het water komt eraan” want om 03:00 kunnen de dijken de druk van het water niet meer en breken.

 

Doorgebroken Slobbergorsdijk onder Heijningen

Grote delen van Zeeland Zuid-Holland en West-Brabant komen onder water te staan. Op zondagmorgen komen de eerste radio berichten over de net voltrokken watersnoodramp. Het eerst bericht melde dat er maar “enkele polder zijn ondergelopen” maar elk uur word dat bijgesteld.Pas op maandag als er weer verbinding is met het rampgebied wordt de omvang van de ramp pas goed duidelijk. 1835 mensen en 10.000 dieren zijn verdronken en 4500 gebouwen verwoest, Schouwen-Duiveland zijn verdwenen onder water. 70.000 mensen zijn geëvacueerd, en ondergebracht bij gast gezinnen in Nederland.

 

De kadaverploeg van Ooltgensplaat.

Na de ramp komt de hulp van alle kanten. Nederlandse, Engelse en Amerikaanse helikopter droppen voedsel, drinken en goederen boven het getroffen gebied. Binnen 10 dagen stromen giften en goederen uit de hele wereld binnen.  Militairen worden ingezet om de overgebleven dijken te bewaken en om de kadavers te ruimen. Op 17 februari konden zij weer huiswaarts keren. Het duurt 9 maanden voordat het laatste dijkgat is gesloten, dit is gedaan met caissons [ een techniek uit 1945] Op 6 november 1953 word het laatste gat gedicht door Koningin Juliana bij Ouwerkerk. Om een ramp zoals deze te voorkomen wordt er in februari een deltacommissie ingesteld De commissie moet onderzoeken wat de beste manier is om zo een ramp te voorkomen. Ze komen tot de conclusie dat de deltawerken gebouwd moesten worden. En in mei van 1958 word het eerste deltawerk in gebruik genomen.

 

Terug naar Watersnoodramp 1953